Een hooikist is geen kist om hooi in te bewaren, maar om eten in gaar te laten worden zonder dat dat energie kost. Een hooikist werd gemaakt van een eenvoudige vierkante kist, die hoog genoeg was om een grote pan in te zetten. De kist werd gevuld met hooi. Gerechten die lang moesten garen, zoals pap, rijst, peulvruchten en vleesstoofpotten die lang moest garen, werden in de hooikist gezet en met hooi afgedekt. Op deze manier werden ze, nadat ze eerst kort gekookt of gebakken waren, langzaam gaar. Het voordeel van een hooikist is dat het geen brandstof kost, niet aan kan branden en je kunt gerust gaan slapen of in de tuin gaan werken. In de tijd dat mensen op een open vuur kookten en maar één gerecht tegelijk boven het vuur konden hangen, was dit dé manier om twee gerechten op tafel te zetten. De boeren maakten de hooikist zelf, maar vanaf circa 1900 kon je ook een hooikist kopen. Vooral tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog was de hooikist heel erg populair. Een vergelijkbare manier om eten te laten garen was in de jaren 50 en 60 de pan in bed te leggen ingewikkeld in wollen dekens. Een hooikist werd ook wel een ‘stikkezakje’ genoemd. Tegenwoordig heb je ook een moderne versie van een hooikist. Deze hooikist heet Het Spaarvarken, want je spaart er letterlijk geld mee uit.
Tekst-foto: Ineke Strouken


